Life hacks van professionele schrijvers
Transcript van de opname:
In deze aflevering van Taal-EHBO shorts: ‘life hacks’, zoals dat dan heet, van professionele schrijvers. Oftewel, simpele trucjes, die het schrijfproces net even wat makkelijker maken. Verwacht geen wonderen, uiteraard niet, maar het helpt en ik garandeer je: professionele schrijvers gebruiken ze en je publiek merkt het, bewust of onbewust.
Eerst maar de simpelste. Het gaat dan over dubbele spaties. Iedereen plaatst die, per ongeluk, omdat je net even afgeleid was, of net even te lang op de spatiebalk bleef hangen, maar lezers en redacteuren zien het, vaak onbewust, maar ze zien het en je tekst voelt voor hen rommeliger en minder verzorgd.
De ‘life hack’ in dit geval is: voordat je een definitieve versie van een tekst opstuurt, altijd met de zoekfunctie van je tekstverwerker even zoeken op dubbele spaties en deze automatisch vervangen door een enkele. Ja, zo simpel kan het zijn. Zorg dat dit routine wordt, dan hoef je er nauwelijks meer over na te denken – en door maar weer met…
Nummer 2, passieve werkwoorden. Die kun je vaak vervangen door actieve. Dus het meisje wordt geslagen door de juf, is meestal beter als: de juf slaat het meisje. Die zin is veel levendiger, krachtiger – je ziet het ook meer voor je.
Soms niet trouwens, als je het steeds over dat meisje hebt en zij is steeds het onderwerp van je zinnen in je alinea, zo van – het meisje loopt naar school, zij hangt haar jas op, zij steekt haar tong uit naar de juf – dan kan het helderder zijn om met haar als onderwerp verder te gaan: het meisje wordt geslagen door de juf. Veel van onderwerp wisselen binnen een alinea is verwarrend. Maar meestal kan de passieve vorm weg.
En die vind je simpelweg – dit is de hack – door op ‘word’ te zoeken in je tekstverwerker, word zonder t, dan vind je ook ‘geworden’ meteen. En ja, als je in elke één, twee alinea’s een passief werkwoord hebt, dus laten we zeggen meer dan een op de twee, driehonderd woorden – dan is het echt wel tijd daar grondig iets aan te doen.
Transcript vervolgt onder afbeelding…
Nummer 3. Als je veel met een tekst bezig bent, dan ga je wennen aan het woordbeeld en dringen je eigen woorden minder tot je door. Je eigen tekst herschrijven en verbeteren werkt dan minder. Een truc die veel schrijvers dan gebruiken is simpelweg het woordbeeld wat kunstmatig veranderen. Dat kan op een aantal manieren, maar deze drie werken in het geval: wijzig het lettertype, van schreefloos ga je naar schreven of juist andersom; wijzig de kantlijn, maak die wat smaller, zodat je hele tekst wat anders uitloopt en anders wordt afgebroken; en ten slotte, print je tekst uit en lees ‘m op papier.
Nummer 4, de laatste – dat uitprinten is sowieso heel prettig. De verleiding van je eigen tekst in een tekstverwerker redigeren, is dat je meteen al enorm met details aan de slag gaat en de flow van je eigen tekst kwijtraakt.
Dan helpt het vaak enorm om je tekst op papier voor je te hebben en dan met potlood snel wat te noteren en pas later het uit te werken. Het doel is vooral in de flow van de tekst te blijven, dus ga niet al te hard nadenken over hoe het dan wel moet, maar zet een streep of een simpel symbool voor dat er iets mis is, en vertrouw erop dat je, eenmaal achter de computer, wel weet wat er precies mis was en dan kun je op dat moment ook een oplossing bedenken…