Transcript van de opname:

Ja, laten we het eens over de komma hebben. De zin van het leven, de wereldvrede, die moeten maar even wachten, de komma gaat nu even voor. Waartoe is de komma op aarde? 

Het aardige van de komma is dat er wel regels zijn, maar die kun je ook allemaal aan je laars lappen – als je een beetje begrijpt wat de bedoeling ervan is. De komma is daarmee het meest intuïtieve leesteken. Meer dan bij andere leestekens komt er veel gevoel bij kijken. Muzikaal gevoel zelfs. 

Meteen daar maar over. Als je een tekst leest, hoor je die tekst vaak ook in gedachten. En verschillende leestekens kunnen dan pauzes aangeven . Het beletselteken – de drie puntjes – is de langste pauze, de punt wat korter, de komma nog wat korter en de spatie is alleen soms nauwelijks hoorbaar. 

Hiermee kun je een soort muzikaliteit aan je tekst geven. Als je veel punten zet, wordt je tekst wat hakkerig, staccato, een beetje militair zelfs. Als je veel komma’s gebruikt, wordt je tekst wat huppelig, springerig, wiebelig. En zo heb je allerlei effecten. 

Het belangrijkste advies hierbij is te blijven variëren. Verschillende lengtes van woorden, verschillende lengtes van zinnen, de komma’s niet steeds op dezelfde plaats. 

Dat kun je het beste checken door je eigen geschreven tekst voor te lezen. Als je merkt dat je struikelt over woorden of verdwaalt in je eigen tekst, is er werk aan de winkel. Maar als je merkt dat het gaat klinken als een rap – terwijl het geen rap is – dan is het té ritmisch geworden en moet er weer wat chaos en toeval in, om een meer natuurlijke en professionele toon te treffen. 

Transcript gaat verder onder afbeelding…

Dat was de muzikale functie van de komma. De tweede functie, die sterk daarmee samenhangt, is visueel. Je geeft met een komma aan voor de lezer, dat er een nieuw brok inhoud begint, zodat diegene makkelijker je woorden kan ordenen. Je brein gaat de voorgaande woorden bij elkaar proberen te begrijpen en intussen de opvolgende woorden lezen.

Je gebruikt de komma voor voegwoorden: maar, omdat, want, terwijl, enzovoorts. Ik wil werken ‘komma’ maar ook ontspannen. Let op, voor ‘en’ en ‘of’ zet je meestal niet een komma: wat je daarvoor en daarna zet, is zo nauw aan elkaar verbonden, dat een komma het te veel zou scheiden. 

Je gebruikt de komma ook voor verwijswoorden, zoals: die, dat, welke, wie, waar, waardoor, waarin, waarop, enzovoorts. Deze fiets ‘komma’ die groen is ‘komma’ staat hier voor de deur.

Verder hoort de komma binnen opsommingen: Fietsen ‘komma’ auto’s ‘komma’ helikopters zijn voertuigen. 

En als laatste gebruik je ‘m bij de aanspreekvorm. Pak je fiets ‘komma’ Peter. Daarmee kun je trouwens grappige misverstanden krijgen. Eet nu ‘komma’ kinderen, is heel wat anders dan: Eet nu kinderen… 

Enfin, hier zijn allerlei subregeltjes bij en die kun je ook allemaal wel bestuderen, maar het belangrijkste daarbij te begrijpen dat je aan het ordenen bent. Het kan dus ook te veel. Twee, drie komma’s in een zin van tien woorden, dat helpt niet, dat verwart alleen maar.

Deze ordenende functie van de komma hoort in een lang emancipatieproces, waarin de geschreven taal de afgelopen vijfduizend jaar steeds toegankelijker en minder elitair is geworden. In het begin konden heel weinig mensen lezen en schrijven, om allerlei redenen, maar ook omdat lezen en schrijven veel moeilijker was dan tegenwoordig, en dat werd ook bewust zo gehouden. In veel talen waren er bijvoorbeeld geen leestekens, geen spaties, geen kleine letters – een lange brij van hoofdletters aan elkaar. Maar in de loop der eeuwen werden er steeds meer hulpmiddelen voor de lezer geïntroduceerd, waardoor er steeds minder opleiding nodig is om te kunnen lezen en samenlevingen democratischer worden. In die zin is de komma, jaja, revolutionair.

Daarin hoor je al de derde en laatste functie van de komma, de sociale. Als je de komma goed gebruikt, signaleer je daar iets mee op sociaal niveau: namelijk dat je je lezer serieus neemt en zelf goed onderwijs hebt genoten. Rommelig taalgebruik wordt vaak als een lichte belediging opgevat en helpt je retorisch niet echt – de lezer gaat denken dat je vast ook minder verstand van je onderwerp hebt. 

Vorige
Vorige

Life hacks van professionele schrijvers

Volgende
Volgende

De magie van inzoomen