Het KLIK-model voor gesprekken en verbinding

Hier volgt een uitleg van het KLIK-model, dat is ontwikkeld door Reinier Sonneveld, in zijn boek Klik.

De sleutel tot contact maken is ontspanning. Bij stress sluiten we ons af, als we ons veilig voelen stellen we ons open. Dit is de eenvoudige constatering die alle adviezen in dit boek verbindt. Stel je op als medestander. Straal uit dat je veilig terrein bent. Ik ben op jouw hand. Wij horen bij elkaar. Wij zijn van dezelfde partij. En als het lijkt van niet, dan gaan we net zo lang samen zoeken tot we toch onze verwantschap vinden.

Het KLIK-model geeft handvaten om dit te bereiken. Je begint met smalltalk, waarin je wat oppervlakkige overeenkomsten zoekt (Kletsen). Als er genoeg linkjes zijn, is de situatie veilig genoeg om te cirkelen rondom jullie eigenaardigheden (Luisteren). Als je daar genoeg ruimte voor toont, blijk je veilig genoeg om dieper te gaan en de minder ‘correcte’ en ‘representatieve’ kanten van jullie te tonen (Inwijden). En als die worden gerespecteerd, kun je ten slotte een diepe verwantschap ervaren (Kennen).

Dat is niet het hoogste doel van een gesprek, eenvoudige kletspraatjes kunnen al prachtig zijn, maar als je werkelijk contact wilt maken, zijn die eerdere fases nodig. En het KLIK-model is een cirkel: na die vierde fase, ga je weer terug naar de oppervlakte.

Om een voorbeeld te geven, onlangs stond ik met enkele ouders bij het schoolplein te wachten om onze kinderen op te halen. We kletsten wat over de voetbalwedstrijd die de komende zaterdag zou worden uitgezonden. Typisch een fase 1 smalltalk. Ja, leuk die vorige wedstrijden, spannend, toch hopen dat Nederland de halve finale haalt, enzovoorts.

Tot iemand erover begon dat het pas om 9 uur in de avond was, wanneer schoolkinderen meestal op bed liggen. Een spannend moment, want het kon natuurlijk dat we hier per huishouden andere regels in hadden en dan kon iemand zich veroordeeld voelen. Maar het werd soepel en open geïntroduceerd, met frases als: ‘Ik weet niet hoe jullie dat doen, maar wij zelf vinden het toch wel een beetje laat.’ Zachte taal, verkleinwoordjes, misschienen, waarbij de ander wordt ontzien en iedereen de mogelijkheid krijgt een eigen positie in te nemen.

Zo konden we overstappen naar fase 2 en kabbelde het gesprek verder richting knuffels in bed. Heeft jouw kind nog knuffels? Ja, die van mij ook, al vanaf toen hij twee weken was, steeds dezelfde. Nou, weet je wat ik pas las? Dat Generatie Z vaak nog in hun studententijd met knuffels slapen. Echt waar? Sjonge, zou het dan toch kloppen dat ze zeggen dat die jongeren tegenwoordig wat softer zijn…

Toen maakte een moeder de cruciale stap door voorzichtig iets persoonlijks te delen: zij vertelde dat haar ‘halve familie nog met knuffels slaapt’. Heel gevaarlijk is dit nog niet, want het gaat nog over anderen, maar het komt wel dichterbij en het is een uitnodiging. Het ‘contract’ werd hier opengebroken en het was nu de vraag of wij daar op in gingen.

We hadden het kunnen afstraffen, maar toen vertelde een vader dat hij het zelf ook lastig vond om sinds zijn scheiding alleen te slapen. Bam, voluit fase 3! Een kwetsbaar moment, waarmee hij risico nam. We zouden hiervan kunnen schrikken en het snel weer over voetbal gaan hebben, maar een moeder zei dat ze dat goed begreep, waarop ik durfde te delen dat mijn vrouw soms een week in het buitenland is om daar een expositie in te richten en dat ik dan op haar lege plek in ons bed ga liggen, omdat het dan minder alleen voelt. O ja, dat doe ik ook, zei een moeder meteen. Nou, dat kan ik me ook wel voorstellen, zei de vader.

Dat was fase 4. De vader had iets van zijn eenzaamheid laten zien en toen bleek dat we ons allemaal alleen kunnen voelen in bed. We voelden op een persoonlijk level verbondenheid en dat ging, zeker voor schoolpleingesprek, opeens behoorlijk diep. Zo kunnen er allerlei momenten zijn dat je zielsverwantschap ervaart, van heel simpel en concreet, tot magisch en spiritueel.

Vorige
Vorige

Wat ik voor je kan betekenen

Volgende
Volgende

Klik | Betere gesprekken, dieper contact