Transcript van de opname:

Het is nu bijna twee jaar geleden dat ChatGPT wereldwijd uitkwam, inmiddels hebben we wat afstand, en kunnen we er rustig over nadenken wat we er nu aan hebben, dat hele AI. En ik denk dat ik het algemene gevoel wel samenvat als… teleurstelling. Desillusie.

Dat geldt voor de doomers en voor de halleluja-roepers. De doomers zijn in die zin ‘teleurgesteld’ dat we nog steeds leven en de robot-apocalyps nog lang niet in zicht is. De halleluja-roepers merken zelf dat ze AI veel minder gebruiken dan gedacht. Ja, het is een tool, maar je kunt er allerminst alles mee en het vervangt erg weinig. Vrijwel iedereen gebruikt nog steeds evenveel Google en Wikipedia en dergelijke, en AI is daar alleen bijgekomen, als een extra optie. Het is geen duizenddingendoekje, het is geen Zwitsers zakmes en het is al helemaal niet de nieuwe atoombom. Het is een aardige tool, vooral om te brainstormen, soms iets op te fleuren of te controleren, en dat is het dan. 

En natuurlijk zijn we regelmatig weer verbaasd over een nieuwe versie – hij kan nu zelfs praten! hij kan nu zelfs videofragmenten maken! hij kan nu dit! hij kan nu dat! – en het is indrukwekkend, maar het praktische nut is vrij gering. We gebruiken het gewoon niet zo vaak. Een van de beloftes van afbeeldingengenerators is bijvoorbeeld dat je presentaties mooier worden. Nou prima, leuk, soms moet ik inderdaad een powerpoint maken – maar in de praktijk is even googelen op een leuk plaatje veel sneller, dan eindeloos rommelen met de beste prompt in die generator. En als ik de gratis generators online bekijk, zijn de afbeeldingen die gebruikers creëren toch vooral – nou ja, hoe zal ik het zeggen, je kan raden dat voornamelijk puisterige pubers ze maken, puisterige puberheterojongens, welteverstaan. Maar wie gebruikt ze verder… 

Dat geldt ook voor de videogenerators. Ja, het is denkbaar dat je daarmee, nou ja, bijvoorbeeld weer je presentaties opfleurt. En dat zal ook wel wat ontzag oproepen bij je collega’s, maar dan gaat het dus niet om de inhoud, want dat is nog steeds veel werk, maar vooral omdat je zo hip en modern bent – en dan leidt het dus eigenlijk af van je inhoud. Weer, wat ik tot nog toe ervan zie, die AI-video, is indrukwekkend, maar praktisch – ik zou niet weten waar ik het echt voor nodig heb. 

Transcript vervolgt onder afbeelding…

En dan ChatGPT. Ook daar weer – ja, het voelt in eerste instantie als een bedreiging voor mij als auteur, de teksten klinken heel echt. Tot ik het uitprobeer. En dan blijkt elke keer dat wat ik zelf voor opdrachtgevers moet schrijven, veel specifieker is dan ChatGPT kan, veel unieker, veel persoonlijker. ChatGPT voelt vaak niveautje middelbare school of lager. Geen enkel zichzelf respecterend magazine kan daar wat mee. 

En dan is het argument natuurlijk telkens: ja wacht maar, dit is nog maar het begin, over een, twee jaar, dan kan AI nog veel meer en dan worden we allemaal weggeblazen – ten goede of ten kwade. Nou, nee. Dat werd namelijk twee jaar geleden ook gezegd en het is nu twee jaar verder en het is nog steeds niet gebeurd – nog lang niet. Dat hele wegblazen en die hele disruptie van de markt, en dat soort taal, is nog niet in het minst begonnen. En natuurlijk zijn er nog steeds doomers en halleluja-roepers die elkaar lekker bezig houden met dat het toch echt over een, twee jaar zo ver is, maar dat zullen ze blijven zeggen. De AI-apocalyps of de AI-hemel zal altijd volgend jaar blijven. 

Een van de grote aanwijzingen daarvoor is dat de curve van ontwikkelingen sterk aan het afvlakken is. Vanaf 2021 naar 2022 maakt AI een grote stap, maar de stap naar 2023 was al kleiner, en naar 2024 was die weer kleiner. Dat zie je in prestaties, objectief te meten prestaties, maar ook in gebruiksaantallen die afvlakken en de tijd die mensen het gebruiken. AI is heel eenvoudig de zoveelste techbubbel, zoals we er al zoveel hebben gehad en zoals er al zoveel zijn geknapt. 

Zoals gezegd, AI kan je teksten wat opfleuren, je kunt AI gebruiken om te brainstormen en wat ideetjes op te doen, je kunt soms een uniek plaatje genereren – en dat is het. En, let maar op, dat blijft het. Vraag maar aan me over tien jaar.

Vorige
Vorige

De kunst van de witregel

Volgende
Volgende

Taal-EHBO, het boek